Jaargang 8, nummer 1 30 januari 2004
Eens gek altijd gek
Clixebnten in de ggz voelen zich vaak eenzaam en buitengesloten. Ook vindt menigeen dat hulpverleners hen onheus bejegenen en niet goed luisteren.
Het ggz-clixebntenpanel van het Amsterdams Patixebnten Platform vroeg aan 31 clixebnten deels van buitenlandse afkomst, waardoor zij zich belemmerd in hun functioneren. In het boekje Wat houdt ons gek Zijn de resultaten van deze peiling bij elkaar gezet. De belangrijkste brief van deze Amsterdamse clixebnten is dat ze het gevoel hebben sociaal niet mee te tellen. Door hun omgeving worden ze voortdurend vastgepind op hun identiteit als psychiatrisch patixebnt. Daarnaast hebben clixebnten behoorlijk wat klachten over de manier waarop hulpverleners met hen omgaan. Er wordt niet naar hun hulpvaag geluisterd. De diagnose klopt niet of verschilt per behandelaar. En men loopt vaak vast in de bureaucratie. (mvk)
————————————————————————————-
De zeven vragen:
Mathilde Bos, psychiatrisch verpleegkundige en HBO-V docent:
Schreef onder pseudoniem Renze Vink een boekje over haar ervaringen met het werken op een gesloten afdeling.
Wat bedoel je met de titel van het boekje Over de lijn ?’Het verhaal met die titel gaat over een collega de zelfmoord pleegt. In feite stapt hij nu over de lijn en hoort hij bij de kant van de patixebnten. Het is dus maar een hele dunne lijn. Het team besluit de doodsoorzaak te verzwijgen voor de patixebnten. Daar was ik het niet mee eens. Er had open over gesproken moeten worden. Zo wil ik ook open zijn over de psychiatrie over de successen mislukkingen.
Wat is de slechtste eigenschap van de ggz ? Behalve dat ze veel te gesloten is , legt de ggz veel te veel nadruk op diagnosticeren. In plaats van zoeken naar manieren waarop patixebnten nog iets kunnen maken van hun leven , geeft ze etiketjes zo van ‘weer zo’n borderliner’of ‘er is ook nog wat aan de hand op As II’ Maar diagnose stellen is een middel, geen doel.’
Hoe moeten we dat genezen ?
Door ontmoetingen met patixebnten aan te gaan zonder dat de stoornis daartussen staat.
( PSY jaargang 6 numemr 13, 28 november 2002.)
Hans Goeman ‘Ribw’s hebben een eigen positie inde samenleving!
Hans Goeman (1948) , directeur van de RIBW Nijmegen en Rivierenland. Een gedreven bestuurder die tot in polen de zegeningen van beschermd wonen uitdraagt. Tot september was hij het boegbeeld van de alliantie van Ribw’s . Ik wil goede woonplekken voor onze clixebnten realiseren en ze vooral niet allemaal op een hoop bij elkaar zetten.
Twaalf jaar geleden reageerde Hans Goeman op een advertentie, die net gestartte Ribw Nijmegen en Rivierenland had geplaatst. Zo werd hij directeur van een destijds nog piepkleine instelling , met twee huizen in de regio. In totaal woonden er 53 mensen en waren dertig medewerkers werkzaam. ‘In ons huis in beneden Leeuwen Moesten tot kort daarvoor drie mensen nog xe9xe9n kamer delen. We hebben er meet af aan voor gezorgd, wat toen heel modern was, om elke bewoner een eigen kamer te geven.Van twaalf vierkante meter, met een gemeenschappelijke douche op de gang. Tevreden is hij nog steeds niet over de regels die voor ribw’s gelden. We zijn wel bevrijd uit het vroegere harnas, maar nog altijd zit het budget zo in elkaar dat een individuele bewoner recht heeft op maximaal 35 vierkante meter, inclusief de gemeenschappelijke ruimtes. Terwijl de gewone volkshuisvesting met normen van 40 a 45 vierkante meter gerekend wordt.
Waar komt uw gedrevenheid vandaan ?
‘ja jee, waar komt dat vandaan ? Ik denk dat ik dat altijd gehad heb. Van huis uit al. Ik kom uit een rooms nest. Een grote maatschappelijke betrokkenheid was bij ons vanzelfsprekend. Zo deed mijn vader naast zijn werk allerlei vrijwilligerswerk, onder meer bij de reclassering. Zelf was ik op de middelbare school actief in de vredesbeweging, en later op de sociale academie gingen we de wijken in. Toen zeiden we dat we mensen meer macht wilden geven over de omstandigheden waarin ze leefden. Nu noemen we dat empowerment. Het heeft een zin, dat heb ik in opbouwwerk geleerd, om voor anderen problemen te gaan oplossen. Wat wel helpt is als je mensen in staat stelt zelf hun problemen te laten oplossen.’
Maar hoe gexebngageerd u ook bent, toch hebt u er niet voor gekozen om dertig jaar lang opbouwwerker te zijn.
‘Nee dat klopt. Ik ben echt een bestuurder. Vanaf mijn eerste baan is dat eigenlijk al zo. Als enige medewerker was ik in Veendam, waar ik aan dorpsverbetering deed, al zo’n beetje eigen baas.’
Wat is de drive om directeur te zijn ?
‘Ha ha je zit aan de knoppen , hxe9.’Dat is de kern van het verhaal. Ik wil mensen inde gelegenheid stellen om zelf waar te maken wat zij belangrijk vinden . Wat bij een ribw centraal staat, is de relatie tussen een clixebnt en de medewerker. Die begeleider moet zich veilig voelen en geruggensteund weten door de organisatie. Precies zoals een clixebnt zich in zijn beslissingen ondersteund moet voelen door zijn begeleider. Hij moet weten dat als er iets misgaat, hij altijd kan terugvallen op die medewerker. En als manager ben ik er verantwoordelijk voor om de omstandigheden te crexebren waarin dat primaire proces goed kan verlopen.
U zit hier nou twaalf jaar op dezelfde plek. Blijft dit werk interessant ?
‘Het verandert gigantisch. Met de dagbesteding erbij hebben we nu tegen de vijfhonderd clixebnten. Dat is een vertienvoudiging in vergelijking met het begin. En die groei gaat nog verder door. Kom daar in het bedrijfsleven maar eens om. We staan bovendien voor een nieuwe uitdaging. Namelijk om de ribw, als specifieke plek tussen de samenleving en de behandelpsychiatrie, een goede plaats te geven in de ketenrelatie met de apz, de riagg’s en de forensische psychiatrie.’
Uw Ribw wordt betrokken bij een fusie van GGZ Nijmegen en de Pompekliniek .
‘Pas op. Het woord fusie gebruiken we hier niet. We hebben wel met de collega’s van GGZ Nijmegen over samenwerking gesproken . Maar dat kan allen als het eigen karakter van de ribw daarin versterkt wordt.’
Maar was het de alliantie van ribw’s , waar u tot voor kort voorzitter van was, er niet juist om te doen de zelfstandigheid van de ribw ‘s te waarborgen ?
‘Het gaat mij en dat geldt ook voor de alliantie , niet uitsluitend om de zelfstandigheid van ribw’s. Het uitgangspunt is dat wij een eigen positie in de samenleving hebben en dat we met heel andere partijen van doen hebben – gemeentes, woningcorporaties, sociale diensten- dan behandelorganisaties die veel meer op de lijn zitten van ziekenhuizen, huisartsen en zorgverzekeraars. Als ik met GGZ Nijmegen praat dan doe ik dat om de specifieke ribw-zorg verder te ontwikkelen. Ik ben er niet in gexefnteresseerd om onze organisatie zomaar in elkaar te schuiven. Je moet je ook heel bewust zijn van dat onderscheid. Want als je dat niet doet, is de kans groot dat je het als kleine eenheid aflegt tegen de dominantie van de behandelpsychiatrie. Mijn opvatting is eigenlijk heel simpel: houdt die twee werelden uit elkaar.Zeker voor een clixebnt moet het duidelijk zijn dat hij een overgang maakt van de ene naar de andere wereld. Dat hij een hele stap zet en in een andere omgeving terecht komt.’
Zijn zelfstandige ribw’s dus beter dan de ribw’s die gefuseerd zijn ?
‘Die vraag valt niet een twee drie te beantwoorden. Zo eenvoudig als KPMG het recent deed voorkomen , namelijk dat de fusies in de ggz geslaagd zijn en goed zijn voor de klanten, ligt het zeker niet. Daarvoor was hun steekproef veel te beperkt. Ze hebben slechts naar de vier instellingen gekeken, waarvan xe9xe9n met een ribw Zelf ben ik ook met een onderzoek bezig en daarin komt een veel genuanceerder beeld naar voren. Onder meer blijkt dat de innovatieve kracht van een ribw in een gefuseerd verband afneemt. Maar de andere kant van het verhaal is dat nieuwe ideexebn in fusieorganisaties langer beklijven.’
Het streven is, zo wordt altijd gezegd, dat het verblijf in een ribw clixebnten helpt weer zelfstandiger te worden. Twee jaar terug schreef psychiater Jan Pols, naar aanleiding van de documentaire Beschermd wonen, echter dat hij uit de beelden de indruk kreeg dat de begeleiders veelal de beslissingen voor de bewoners nemen. Schiet beschermd wonen zo zijn doel niet voorbij ?
‘Zeker. Maar je moet wel realistisch zijn. Wij hebben hier ook woonvormen waarbij de begeleiders voor de broodnodige structuur moeten zorgen. Als er jarenlang voor je gezorgd is, is het niet eenvoudig om zelf de touwtjes in handen te nemen. Dat gaat vaak stukje bij beetje. Een eye-opener was voor mij een man die uit het apz kwam en zoals dat heet, uitbehandeld was. De hele dag zat hij bij ons op een stoel aan tafel, met zijn hoofd op zijn armen. Maar ja het huishouden moest gedaan worden, eten gekookt. Niet dat wij mensen dwingen, maar je moet ze wel uitdagen. Een jaar is dat met die man zo gegaan. Maar hij is in beweging gekomen en na twee jaar vrijwilligerswerk in de plaatselijk schoolbibliotheek. Dat vergt veel van het personeel. Ook in de zin dat ze de neiging moeten kunnen onderdrukken om een handje uit te steken als er gekookt moet worden. Anders leert iemand nooit hoe hij aardappels moet koken.
Hoe vaak lukt het eigenlijk om mensen zelfstandig te maken ?
‘Wij hebben een uitstroom van ongeveer 30 procent. Dat zijn voornamelijk mensen die zelfstandig gaan wonen. Feitelijk onze grootste groep clixebnten. Die krijgen wel wat begeleiding, maar met een uurtje per week moet je je beperken tot de grootste hobbels waar ze tegenaan lopen. Ze moeten dus zelf hun eigen huishouden regelen.Niet voor niets hebben we dagcentra waar kooklessen gegeven worden. Soms komt iemand overigens weer terug in het beschermd wonen. Een tijdlang gaat het met zo iemand goed en dan volgt er weer een periode dat het minder gaat. Ik heb afgeleerd om dat mislukking te noemen. Van ons horen ze dat ze altijd terug mogen komen.’
Maar je hoort steeds dat de doorstroming uit de ggz-instelling juist stokt, omdat de ribw’s geen plaatsen vrij hebben.
‘Dat is de groots mogelijke kolder. Als ik naar mijn organisatie kijk, dan constateer ik dat wij in betrekkelijk korte tijd enorm gegroeid zijn. Ga maar na, in 1990 woonden er 53 mensen beschermd en nu zijn dat er drie keer zo veel. Met begeleid zelfstandig wonen zijn we negen jaar geleden begonnen en momenteel begeleiden we 160 mensen . Dat geldt voor onze hele sector. Wij groeien als kool, maar, en dat is wel een punt, de behoefte aan ribw-zorg groeit mogelijk nog harder. Vorig jaar dacht ik dat we met 250 plaatsen de behoefte in deze regio zouden kunnen dekken. Nu vermoed ik echter dat het eerder bij 300 plaatsen ligt.’
Waarom breidt u het aantal plaatsen dan niet wat sneller uit ?
‘Dat is vrij simpel. De uitbreiding stagneert, omdat de hele woningmarkt verstopt is geraakt. Er zijn zoveel groepen die een claim leggen op het onderste segment van de markt, war wij ook opereren, dat de markt op dit moment muurvast zit. Daar komt nog bij dat woningen hartstikke duur zijn geworden.’
Wat belet u om zelf te gaan bouwen ?
‘De regels verhinderen dat Mijn budget staat niet toe dat normale woningen bouw. En ik zie geen mogelijkheid om dat financieel te overbruggen. Ik kan het alleen betalen als een woningcorporatie de woningen neerzet en de bewoners huursubsidie krijgen. Wat dat aangaat is het jammer dat GGZ Nederland niet dezelfde move heeft gemaakt die de ouderenorganisatie Arcares voor elkaar heeft gekregen. Zij hebben samen met brancheorganisaties van woningcorporaties Aedes en expertisecentrum voor de ontwikkeling van woon-zorg-combinaties op poten gezet. Daardoor heeft de ouderenzorg een enorme voorsprong genomen. De alliantie heeft nu wel besloten om als de bliksem een inhaalslag te beginnen en relaties aan te knopen met Aedes en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Wat ook helpt os woningcorporaties medeverantwoordelijk te maken voor huisvesting van onze huisbewoners.’
Dat kunnen ze toch makkelijk naast zich neerleggen ?
‘Niet als ze profijt van je hebben, doordat je ze diensten verleent. Met een paar woningbouwverenigingen heb ik de afspraak gemaakt dat , als zij denken dat een huurder om psychosociale redenen in de problemen dreigt te komen, wij met die persoon gaan praten. Wij bieden de garantie dat we in acht gesprekken verhelderen wat er aan de hand is. Dat kan ertoe leiden dat die huurder in het begeleid zelfstandig wonen terecht komt. Maar er kan ook sprake zijn van een gewoon huurprobleem. De corporaties betalen ons voor deze service. Maar daar gaat het mij niet om. Belangrijker is dat zo’n woningbouwvereniging ontdekt dat onze zorg mensen helpt zelfstandig te leven. En een volgende keer is men dan bereid om een clixebnt van ons die zelfstandig wil wonen, aan een woning te helpen. Als je maatschappelijk wil ondernemen, moet je een ruilrelatie crexebren.
Nieuwe groepen dienen zich bij het beschermd wonen aan, bijvoorbeeld forensische clixebnten . Huisvest u die apart ?
‘Nee, dat doen we niet. Sinds een jaar of zeven hebben we een vaste uitstroom uit de Pompekliniek. De achterliggende idee is dat ze in de kliniek leren met hun handicap om te gaan en dat ze bij ons weer de kans krijgen om inde samenleving opgenomen te worden. We hebben wel gemerkt dat de stap naar ons soms erg groot is. Dat er een wereld van verschil is tussen de vrijheid om weer met andere mensen in een gewoon huis te wonen en de onvrijheid van de kliniek. In de kliniek nemen anderen het initiatief voor hen. Bij ons moeten ze zelf actief worden. Maar in het algemeen mogen we niet klagen.
Vinden de andere bewoners het ook prima om met ex-Pompe-clixebnten samen te leven?
‘Nou dat was wel even wennen. We zijn destijds een jaar bezig geweest om de bewonersraad te overtuigen en een positieve attitude bij de medewerkers tot stand te brengen. Uiteindelijk heeft de bewonersraad te kennen gegeven dat ze niet van te voren hofden te weten waar een medebewoner vandaan komt.’
Wilden ze dat echt niet?
‘iedereen heeft het recht op zijn eigen verleden. Als jij misbruikt bent, dan vertel je dat toch ook niet gelijk aan een voor jouw wildvreemde groep mensen bij wie je intrekt.’
Dat klinkt heel mooi en idealistisch. Maar veel clixebnten willen meer zeggenschap over wie er bij hen komt wonen.
‘Ja, dat kan wel zijn. Maar we gaan geen doopcelen lichten. Wat we wel doen is dat we met proefaanpassingen werken. Iemand komt dan voor een paar dagen ergens wonen. Ind ie tijd leren mensen elkaar kennen en dan blijkt wel of men elkaar ligt.’
En buurtbewoners. Accepteren die forensische clixebnten als buren ?
‘In principe vertel ik ze dat niet. Een keer hadden we in een nieuwbouwwijk het recht op de koop van de eerste premiekoopwoning. Voor alle aspirantbewoners was het duidelijk dat het om beschermd wonen ging, want dat stond in die brochure vermeld. Toen kwam die vraag naar boven en we hebben er een uur over gesproken. Daarna was het okxe9. Ik ben daar niet huiverig voor. Als mensen behoefte hebben aan voorlichting wil ik dat best geven, maar ik ga me niet bij voorbaat excuseren. Onze clixebnten hebben hetzelfde recht als ieder ander om daar te wonen, het zijn gewone burgers. Ik wil niet dat ze een stigma opgeplakt krijgen.’
————————————————————————————-
‘Ik vind onze verpleegkundigen fantastisch’
Jan WIllem vab der Ree , stffunctionaris Communicatie en PR van GGZ Delfland:
‘Kijk’, zegt Jan Willem van der Ree’zo had ik me ene psychiatrisch ziekenhuis voorgesteld.’De kersverse staffunctionaris Communicatie en PR van GGZ Delfland duwt de resten van een eeuwenoude poort van het voormalig Sint Joris Gasthuis dicht. Het glazen kijkruitje is afgeschermd door zwarte tralies. Vandaag de dag hoeft geen mens zich meer te melden bij deze poort, hij doet dienst als museumstuk, ergens middenin het parkachtige landschap van het psychiatrisch ziekenhuis. Van der Ree lijkt nog een beetje verbaasd dat hij hier nu rond mag lopen. Nog maar enkele maanden geleden was hij marketing manager in het bedrijfsleven. Zo probeerde hij in een van zijn laatste banen als manager van badplaats Scheveningen tweehonderd strandondernemers tevreden te stellen. Tweehonderd mensen betekent tweehonderd verschillende belangen. Je doet het dan altijd fout. Zestig, zeventig uur werken was normaal. En alles draait om geld. Toen ik een kind kreeg, besloot ik mijn leven radicaal te veranderen en weer te gaan doen waar ik goed in ben: mensen het naar de zin maken.’
Zijn vrienden begrepen niets van zijn keus: ‘Je gaat toch niet werken tussen al die ‘gekken’, en waarom zou je genoegen nemen met een stuk minder salaris? ‘wierpen ze hem toe.Zelf had hij aanvankelijk ook de nodige scepsis. Want was de ggz inderdaad niet bureaucratisch en een in zichzelf gekeerd bolwerk? Een weids armgebaar verraadt zijn opluchting dat hij niet naar zijn vrienden heeft geluisterd . ‘Ik ga weer fluitend naar het werk. Wist je dat we hier zelfs een dierentuintje hebben met kangaroes ? Maar om de een of ander reden slaagt de psychiater er niet in om de buitenwereld te laten zien hoe de werkelijkheid is. Het taboe op psychische hulp is groot. In de Verenigde Staten daarentegen is het doodgewoon je psychiater te raadplegen. Hier schamen mensen zich als ze hulp nodig hebben. In het bedrijfsleven bijvoorbeeld noemen ze je een zwakkeling als je overspannen bent. Je bent dan afgeschreven.
Wat Van der ree als beginneling in de psychiatrie raakte, was dat er niet zoveel met je aan de hand hoeft te zijn om in crisis te raken.’Mensen zoals jij en ik, iedereen kan hier terecht komen. Dat vond ik heel erg confronterend. Nu zeg ik het maar zo: ik heb twee psychische handicaps, de mensen hier drie. Een dwang- of angststoornis of een depressie is hier zo ontwikkeld.’Waar hij erg van onder de indruk is geraakt zijn de verpleegkundigen. ‘Ik vind ze fantastisch! Het si zo knap hoe ze omgaan met al die verschillende clixebnten.Mensen die zichzelf verwonden, die weer terugvallen of mensen die gillen in een isoleercel. Verpleegkundigen weten hoe ze hen kunnen geruststellen. Hun werk moet naar buiten worden gebracht. GGZ Delfland is als een appel: van binnen gaaf, maar dof van buiten. Ik zie het als mijn taak de appel glimmend op te poetsen. Wat mij betreft gaan we veel meer in gewone mensentaal aan het publiek vertellen wat we hier doen. Een psychiater moet als het ware in ‘Jip en Janneke-taal’duidelijk kunnen maken wat zijn behandeling inhoudt. Weg met al die ingewikkelde woorden, langdradige of stoffige nota’s We moeten ze vervangen door frisse, korte duidelijke verhalen. En die taaie personeelsadvertenties? Daar kom je toch niet op af. Dat moet anders. JA, ik ben heel erg voor eerlijkheid en openheid. Zelfs als er geweld plaatsvindt. Je kunt dat maar het beste naar buiten brengen. Anders maken journalisten hun eigen verhaal, bekend wordt het toch. Ik ben er van overtuigd dat journalisten ook andere, gewone verhalen willen schrijven als je open en eerlijk bent over minder leuke gebeurtenissen. Wat voor imago ik neer wil zetten voor GGZ Delfland? Toegankelijk, klein, eerder streekziekenhuis dan roestvrijstaal, geborgenheid, nostalgisch. En warm. Want warm is hot.’
————————————————————————————-
Marijke van Putten (41) heeft vijf kinderen tussen de 11 en 22 jaar, ze woont in Almere. Ze is vrijwilligster bij het steunpunt GGZ.
1. Bijna negen jaar heb ik het hoekje van de bank gezeten. Ongelooflijk , nu. Een depressie die begon met overspannenheid, na de geboorte van mijn laatste kind. Mijn eerste drie kinderen, Funda, Kadir en cigdem, had ik alleen opgevoed. Geen makkie,z e hadden veel problemen. De kinderen van mijn tweede man, Yor-el en Sherida, kwamen allebei vroeger dan gepland. Ik wilde al heel vroeg een kind. Om het beter te doen dan mijn ouders. Ze hadden mij niet gewild, dat kreeg ik mijn hele kindertijd te horen. Vier kinderen was genoeg, en ik was nog een meisje ook. Op mijn tinede vond ik zelf ene pleeggezin, maar mijn moeder gaf geen toestemming, toen ben ik naar een internaat gegaan. Op mijn veertiende ben ik zelfstandig gaan wonen.
2. Als ik niet op de bank zat lag ik in bed. 28 verschillende pillen slikte ik per dag. Op een dag zag ik mezelf komen aanlopen in de glazen deur van de riagg. Een zombie. Toen heb ik alle pillen weggegooid. Ik kapte in elkaar , daarna slikte ik minder. Aan psychiaters had ik niet veel.Ze zitten aan de andere kant van de tafel en hebben een half uur voor je.’Hoe gaat het thuis ?’ Na 25 minuten had ik alleen nog maar de kinderen besproken. Mijn man en kinderen kregen geen steun. Wat ik iedereen kan aanraden is de psychiatrisch intensieve thuiszorg, de pit-hulp. Zij keek nooit op haar horloge, als het nodig was kwam ze drie keer per week, ook weekends. Ze zat heir alsof ze thuis was. Ze haalde ene bord uit de kast en schilde een appeltje.
3. Ik draaide in die tijd veel muziek, vooral om de teksten,”Waarom nou jij’, van Marco Borsato deed me aan mijn eerste man denken. Waarom ben je weggegaan, zonder reden, waarom kan ik niets meer aan je vragen?’Hij is door zinloos geweld om het leven gekomen, zomaar doodgeschoten.
4. Als ik buiten kwam zat ik vaak hier, aan het oevertje, tegen het paaltje in de hoek. Beetje nadenken, naar de eendjes kijken. Ik vind het erg als mijn kinderen me dingen uit die tijd vertellen die ik me niet herinner, ik vind het erg dat ik als een zombie heb rondgelopen. Maar ik schaam me er niet voor.
5. Ongeveer twee jaar geleden kreeg ik last van depersonalisatie. Het enige wat ik van mijn lichaam voelde, was dat ik ademde. De psychiater zei dta het jaren kond duren. Dan hoefde het voor mij niet meer. De volgende morgen zat ik bij een buurvrouw inde auto, we reden de straat uit en ineens, he ik was er weer! Van de ene op de andere minuut zag ik het licht branden. Die middag hield ik de deur van Hema voor iemand open.Ik genoot ervan, kijk mij nou !.
6. Het was heerlijk om weer te leven, maar het bracht ook problemen. Negen jaar lang had ik alles over me heen laten komen, nu hadden de kinderen ineens weer ene moeder die zei: ‘Dat gebeurd niet!’Mijn man kon er ook niet aan wennen dat ik weer terug op aarde was, dat hij een vrouw had met een eigen mening. Ik ging het internet op en leerde chatten. Dat veranderde mijn wereld. Door die gesprekken merkte ik dat het gedrag van mijn man niet normaal was. Alsof hij me liever ziek dan gezond had. Nadat hij dertig keer was weggegaan en weer teruggekomen, heb ik vorig jaar een eind aan de relatie gemaakt
7. Kyara, mijn hond. Een boxer is betrouwbaar, een echte kindervriend. Je kunt alle smet haar doen, maar als iemand mij op straat onrecht aan doet zal ze niet twijfelen, dan grijpt ze. Maar als hond iemand mag, dan zit het met die persoon wel goed.
8. Begin dit jaar bedacht ik dat ik mijn kennis en ervaring graag met anderen wilde delen en werd ik vrijwilligster bij het steunpunt ggz. Omdat ik ervaring heb met probleemkinderen, komen veel vragen over kinderen vaak bij mij terecht. Ik heb voor mijn kinderen moeten vechten. Eentje kon makkelijk een niveau hoger op d school waar ze zat, de ander zat op een schooltype waar ze niet meer thuis hoorde. Ik heb met leerplichtambtenaren gepraat en zelfs brieven aan de wethouder geschreven. Met succes. Maar ik denk wel eens: waarom moet ik altijd zo vechten ?
————————————————————————————-
De onthulling van het geheim:
Ervaringsdeskundigheid als kwaliteitskenmerk van professionele hulpverlening.
Drs. K. de Ponti.
Prof. Dr. J. van mens-Verhulst. (1998)
Een crisis als pluspunt op je Curriculum: (Addictum 1. Februari 1996)
Hoeveel het er precies zijn, is een geheim. Maar dat ze er in grote getale werkzaam zijn, is ene publiek geheim. Het personeelsbestand van de verslavingszorg kent heel wat medewerkers die vroeger verslaafd zijn geweest. Iedere instelling zou minstens wel xe9xe9n of meer ‘ervaringsdeskundigen’ op de loonlijst hebben. Hun persoonlijke ervaring geeft hen een voorsprong op hulpverleners die hun kennis moeten opdoen uit de boeken of de
Beroepspraktijk. Maar velen willen niet meer bekend staan als ‘ex’.